Bakker van Eeklo.

Bakker eiste hoofdrol op

Met het risico te worden betiteld als misbaksel, halve gare of heethoofd, schrijf ik in dit artikel over een bijzonder schilderij. In 1883 werd “De legende van de bakker van Eekloo” (afbeelding boven) verworven door het Rijksmuseum in Amsterdam. Later werd het in bruikleen gegeven aan het Muiderslot, Het maakt al tijden als een hilarische noot deel uit van rondleidingen in dit kasteel. Het spotprent-achtige schilderij leidt o.a. tot onthullingen over binnen- en buitenlandse activiteiten van het Huis Oranje-Nassau.

Volgens de website van het Rijksmuseum werd het schilderij “De legende van de bakker van Eekloo” geschilderd door Cornelis van Dalem en Jan van Wechelen, twee Vlaamse kunstschilders uit de 16e eeuw. Aangezien het schilderij elementen bevat die verwijzen naar Kasteel Geldrop en kunnen worden gecodeerd via het (latere) Eeuwig Edict van 1611, vermoed ik dat er jaren nadien een aantal zaken op het werk is bijgeschilderd.

Groene kool

Alvorens daar verder op in te gaan, wil ik eerst verduidelijken wat het schilderij voorstelt. Voor zoiets als het “herbakken” van hoofden moet er wel een legende bestaan. In het echt kan het natuurlijk nooit (vul ik geheel ten overvloede aan). Stel je bent niet tevreden met het hoofd van je partner. Weet je wat? Je gaat naar de (her)bakker, die je hoofd er met goedvinden van jou en je partner afhakt. Om het bloeden te stelpen, wordt er tijdelijk een groene kool op de romp van je partner gezet, zodat diegene in leven blijft. Groene kool stond vroeger namelijk symbool voor groei en leven.

Misbaksel

Vervolgens kneedt een collega-bakker het afgehakte hoofd tot een mooie nieuwe versie, die vervolgens de oven ingaat. Soms neemt de bakker per abuis de baktijd te kort, dan krijg je een halve gare als resultaat. Een andere keer gaat het hoofd per ongeluk te lang de oven in, met als resultaat een heethoofd. En weer een andere keer mislukt het totaal, dan krijg je er een misbaksel voor terug. Maar ach, de meeste klanten zullen daar geen halszaak van maken…

Draagplank

Naast dat je dit soort praktijken werkelijk kunt uitvoeren (volstrekt af te raden), is het wellicht makkelijker om symbolisch met dit gegeven om te gaan. En zo is dit schilderij natuurlijk ook bedoeld. Maar in de tijd dat het werd gemaakt, of – zoals ik vermoed – op een later tijdstip, werd een aanvullende code aan het werk toegevoegd via de draagplank aan de muur:

Gecodeerde draagplank
afb. 1

In het geel omkaderde deel van afb. 1 zie je drie boeken: een bijbel met twee zilveren sloten en twee boeken die op elkaar zijn geplaatst in de L-vorm van Kasteel Geldrop. In dit artikel lees je meer over die vorm. Hier zit een grappig aspect aan, dat wil zeggen als je van deze combinatie een anagram maakt:

boeken kasteel geldrop
= (in anagram)
bakker loste legende op

Legenda

Op zich is dit een merkwaardige oplossing, want in feite is de bakker zelf onderdeel van de legende. Daarom kan hieruit worden afgeleid dat er sprake moet zijn van nóg een legende, maar dan in een andere betekenis. Dat betreft de legende van een kaart, tekst waarmee de symbolen op een landkaart worden uitgelegd. Hierdoor gaan we nu pas begrijpen waarom het schilderij “De legende van de bakker van Eekloo” heet. Eekloo is namelijk een stad in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. Dit is een belangrijk nuanceverschil, want de beschrijving van een kaart heet in het Nederlands een “legende”, maar in het Vlaams een “legenda“. Uit die ene letter verschil komt in anagram een belangrijke aanwijzing voort:

legenda = (in anagram) engel ad

Albrecht Dürer

Deze uitkomst (engel AD) is een verwijzing naar de ets (of gravure) Melencolia I van de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer (1471-1528). Daarop is inderdaad een engel te zien, maar ook een beroemd magisch vierkant en bovendien Dürers initialen AD. Vincent van Gogh paste het vierkant van Dürer in enkele van zijn werken als code toe, dat komt in andere artikelen op deze website regelmatig aan de orde.

Melencolia Ic
afb. 2

Het is nu meteen duidelijk waarom er op de plank die op afb. 1 is te zien, een bijbel staat afgebeeld. Dat blijkt immers in bovenstaand verband een aanwijzing te zijn naar het vierkant onder de (scheeps)bel op deze ets: bij-bel.

Er is echter nóg een aanwijzing op dezelfde genoemde draagplank en die loopt via het Eeuwig Edict, waarnaar Kasteel Geldrop verwijst. Het gaat om de twee letters (I-L) die worden gevormd door de bijbel en de gestapelde boeken:

Gecodeerde draagplank IL
afb. 3

Van de gevonden twee letters I en L zoek ik nu eerst op welke plaats deze letters staan in het alfabet. Dat is op de 9e en de 12e plaats. Vervolgens kijk ik in het Eeuwig Edict naar de code die o.a. Vincent van Gogh gebruikte, namelijk in het Edict de zoveelste wet en het zoveelste woord. Dan vind ik bij wet 9 het volgende:

IX.
Om eenichsins te bedwinghen de temeriteyt van de litiganten, verbieden Wy AEN alle (…)

Het twaalfde woord in deze wet 9 is aldus AEN (door mij in hoofdletters gezet). Vertaald naar hun positie in het alfabet als A-E-N verkrijg ik 1-5-14, ofwel aan elkaar 1514. Dit jaartal staat onderaan het midden op het vierkant van Dürer en bovendien rechtsonder op de ets in het balkje van de verhoging, samen met het monogram AD:

magisch vierkant op Melencolia I (Dürer)
afb. 4 (Wikimedia Commons)

Het wordt nu tijd om de gevonden aanwijzing te projecteren op het schilderij. Voor de duidelijkheid geef ik dat hieronder in zijn geheel weer (bron: Wikimedia Commons):

Bakker van Eekloo
afb. 5

Bijbelsloten

Op het schilderij wordt zoals je ziet een keuken afgebeeld met een in donker/lichte vakken verdeelde tegelvloer. Met de verwijzing naar het vierkant van Dürers ets/gravure in het achterhoofd, kan het haast niet anders of dat vierkant moet op een deel van de vloer worden geprojecteerd. Maar welk deel?

Het antwoord staat nog steeds op de plank: ik vind het in de bijbel. En dan niet zozeer in het boek zelf, als wel via de twee zilveren sloten, die officieel bijbelsloten worden genoemd.

Zilveren sloten
afb. 6

In deze twee zilveren bijbelsloten zit een anagram verborgen:

zilveren bijbelsloten
= (in anagram)
bil ijzer boven stellen

Dit lijkt een merkwaardige uitkomst, totdat ik het schilderij beter bekijk en constateer dat de twee bakkers met een zogenaamd bouwvakkersdecolleté (licht ontsloten bilspleet) hebben.

Twee bakkers met hun bouwvakkers decoleté
afb. 7

Bovendien hebben beiden een ijzeren voorwerp in hun handen. De linkse bakker heeft een ijzeren schep met een lange steel waarmee de nieuw gevormde hoofden in de hete oven worden geschoven. De rechtse bakker heeft in zijn rechterhand een ijzeren hakbijl, waarmee hij op het punt staat om een hoofd te gaan afhakken. Deze voorwerpen zie je duidelijker op het totaaloverzicht via afb. 8, waarop het hele schilderij weer te zien is.

Handen

Deze combinatie suggereert een lijn tussen beide bilspleten, die boven “stellen” dient te worden getrokken. Strikt genomen zie ik maar één stel, de zittende meest linkse man en vrouw. Dat de nadruk op een stel moet worden gelegd, kwam eerder aan de orde in mijn artikel “Gelukkig nieuwjaar via de sterrenhemel van Vincent“, waarop ik een stel heb afgebeeld dat volgens mij verwijst naar de Gelderse plaatsnaam Elst (anagram van “stel“).

Behalve het stel mensen, is er wel sprake van twee “stellen” handen, die elk in dezelfde houding zijn afgebeeld. Ik heb een en ander verwerkt in de onderstaande afbeelding:

Ijzer bil boven stellen
afb. 8 – in het oranje: tweemaal bovenkant bil(spleten) en ijzeren voorwerpen. In het geel: de streep boven het “stel” en de “stellen” handen in dezelfde vorm gevouwen.

Jaartallen

Als ik nu op afb. 8 naar het stel aan de linkerzijde kijk, zie ik ineens een groene kool op de vloer liggen, min of meer gelijkende op de vleugeltop van de engel op de ets Melencolia I van Albrecht Dürer. Hierdoor wordt duidelijk naar welke plaats het vierkant van Dürer dient te worden gedirigeerd. In onderstaande afbeelding heb ik de getallen en cijfers uit het vierkant naar de overeenkomstige positie op het schilderij overgebracht:

1514 en
afb. 9

Hier zijn verschillende zaken uit af te leiden, ten eerste over (Kasteel) Geldrop. Dat zeggen althans de 7 en de 12 op bovenstaande afbeelding. Herleid ik dit als 12-7 naar een datum, dan lijkt het een verwijzing te zijn naar het Eeuwig Edict, waarnaar het kasteel zelf ook verwijst. Dit Edict werd op 12 juli (12-7) 1611 afgekondigd. De toepassing daarvan heb ik eerder in dit artikel getoond bij de verklaring van de lettercombinatie I-L.

Voor nu beperk ik mij tot een uitleg over welke personen worden bedoeld. Dat doe ik met behulp van de twee gevonden jaartallen: op afb. 9 is te zien dat de man het jaartal 1514 ‘bestrijkt’ en de vrouw, na een optelsommetje, het jaartal 1519.

Let op: meedenkende slimmeriken die de Edict-code begrijpen, zouden kunnen denken dat het hier om keizer Karel de Vijfde (Karel V) gaat. Juist het feit dat het daar op lijkt, maar in de verste verte niet is, maakt dit element onderdeel van de eindoplossing.

1514 – Hendrik III van Nassau-Breda

De man zit op een stoel met een rechte rugleuning (vak 15), terwijl zijn voeten rusten op vak 14. Samen vormen deze vakken het jaartal 1514. Kennelijk krijgt de man een nieuw hoofd, wat kan betekenen dat hij een nieuwe functie heeft aanvaard. Dit slaat op Hendrik III van Nassau-Breda (1483-1538), die een oom was van Willem van Oranje. Het cijfer III (3) komt terug zoals in een uitsnede van afb. 9 is te zien als het sommetje 4-1=3:

4 min 1 is
afb. 10 – bewijs voor Hendrik III – 4-1=3

Hendrik III was graaf van Nassau en Vianden, maar ook heer van Breda en de Lek. In 1504 werd hij drossaard van Brabant en heer van Asse (Vlaams-Brabant). Van 1511 tot en met 1514 vervulde hij de functie van rentmeester op Slot Loevestein.

Gulden Vlies

Het lijkt erop of de symboliek daar ophoudt van belang te zijn, omdat Hendrik in 1515 (tot 1521) stadhouder van Holland en Zeeland werd. Hendrik was niet wars van geheime genootschappen. Zo werd hij half november 1505 door Filips de Schone opgenomen in de Orde van het Gulden Vlies. Daarnaast was hij (buiten)lid van de Zwanenbroeders in ‘s-Hertogenbosch. Als aanwijzing voor het jaar 1514 neem ik dus Hendrik III van Nassau-Breda als rentmeester. (Waarom rentmeester? Omdat Vincent van Gogh via een beroemd schilderij daarnaar verwijst. In een volgend artikel ga ik daar verder op in).

1519 – Claudia van Chalon

Hendrik III trouwde in 1503 met Louise Francisca van Savoye, maar zij overleed in 1511 op pas 26-jarige leeftijd. Zij ligt begraven in de Grote Kerk van Breda, onder het 8 meter hoge praalgraf van Engelbrecht I van Nassau. In 1515, Hendrik was net stadhouder geworden, trouwde hij met Claudia van Chalon (1498-1521). Zij werd op 5 februari 1519 moeder van René van Chalon (1519-1544), die de heer van Breda zou worden en die de eerste van het Huis Nassau was met de titel “prins van Oranje”.

Claudia was een dochter van Jan IV van Chalon-Arlay en Philiberte van Luxemburg-Ligny. Zij was opgevoed aan het Franse hof, waardoor zij in staat was om de huizen Chalon en Nassau met elkaar te verbinden. Na haar dood werd ook zij begraven in de Grote Kerk in Breda.

Samengevat symboliseert de vrouw op het schilderij dus Claudia van Chalon als tweede echtgenote van Hendrik III. In 1519 kreeg zij als moeder van René van Chalon en als familie-regisseuse een nieuw gezicht.

De Grote Kerk van Breda

De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk is een prachtig monument in de binnenstad van Breda. In deze kerk bevindt zich de Prinsenkapel. Het mausoleum daarin bevat zeventien leden van de familie van Naussau, die er zijn begraven. Sinds 1637 is de kerk protestants. Een bekende dominee die er preekte was Vincent van Gogh, de grootvader van de gelijknamige kunstschilder Vincent van Gogh.

De Grote Kerk Breda, gezien vanaf het Marktplein
afb. 11 – De Grote Kerk van Breda, gezien vanaf het Marktplein (Wikimedia Commons)

Decreet no. 5

Tot zover mijn uitleg over het schilderij “De legende van de bakker van Eekloo”. Vanwege de lengte van dit artikel bereid ik momenteel de publicatie voor van een nieuw artikel over hetzelfde onderwerp. Daarbij ga ik in op wat dit schilderij betekent voor Kasteel Geldrop en omgeving. Bovendien verklaar ik dan de reden van het gebruik van groene kolen. Uiteindelijk zal blijken dat een en ander te maken heeft met steenkolen en grenskwesties en ook met Decreet no. 5 (aanwijzing 1514 + 5 = 1519). Dit Decreet nr. 5 van 24 november 1830 verbiedt het bekleden van een openbaar ambt in België door een lid van het Nederlandse koningshuis, ofwel de familie Oranje-Nassau.

Conclusie

De connectie met René van Chalon als verborgen aanwijzing op het schilderij moet voor de lezer duidelijk zijn. Door het al genoemde feit dat hij de eerste Nassau was die prins van Oranje werd, legde René definitief de basis voor het huis Oranje-Nassau. Aan hem danken wij de nationale oranje kleur en de wapenspreuk “Je maintiendrai”.

Wel moeten we ons afvragen of het schilderij misschien een dieper geheim verbergt. Want als “het stel” (de ouders van René) beiden onthoofd waren, was René dan een wees? En zo ja, wie waren dan zijn echte ouders? Moet worden getwijfeld aan het vroegere bestaansrecht van het huis Oranje-Nassau? Verder onderzoek moet dat uitwijzen.

 

Vorige artikel
Vincent op vaas

Vincents zonnebloemen en Rennes-le-Château

Volgende artikel
Maarten Oopjen Eeuwig Edict

Edict-code ontkracht visie op Marten en Oopjen

Kopiëren is niet toegestaan.