Geen “schrikkel” dit jaar, maar wel een nieuwe theorie over de Fontein van de Eeuwige Jeugd die daarmee verband houdt. In 1540 codeerde kunstschilder Jan van Scorel (1495-1562) het geheim daarvan via zijn levensgezellin Agatha van Schoonhoven, die hij afbeeldde als Maria Magdalena. Van Scorel voegde daarnaast allerlei (toen) geheime thema’s toe, zoals de ontdekking van Puerto Rico in de Caraïbische Zee en het Amerikaanse Florida. De codes tonen ook de toenmalige angst voor het water bij westerstormen.
De in het kustdorp Schoorl geboren Jan van Scorel zette zijn op houten plankdelen geschilderde Maria Magdalena indringend neer, met een serieuze en misschien zelfs wat verleidelijke blik richting de toeschouwer. Dat Van Scorels levenspartner (Van Scorel en zij zijn nooit getrouwd) model stond voor Maria Magdalena, staat wel vast. De kruik op haar schoot bewijst dat. Met de inhoud van een dergelijke zalfpot of kruik, de kostbare nardusolie, zalfde Maria Magdalena volgens het Nieuwe Testament (via getuigenissen van Lukas en Johannes), de voeten van Christus.

Maria Magdalena wordt zittend afgebeeld op een rotsplateau voor een levende boom en een dode stronk. Wellicht symboliseert dit via de blaadjes van de boom het doorleven van Maria Magdalena (en haar volgelingen) na de dood van Christus.
Maria Magdalena draagt een donkerkleurige jurk met bovenaan rijen parels en pseudo-Hebreeuwse tekens, terwijl de zichtbare boven- en ondermouw van de jurk kruisgewijs met parels zijn afgezet. De onderste brede horizontale zijtakken van de levende boom markeren de lijn waar Van Scorel het schilderij in eerste instantie liet eindigen. De rossige haren van Maria Magdalena raakten dus oorspronkelijk bijna de bovenrand van het schilderij. Aan het eind van de 16de eeuw heeft men bovenaan het werk een plank toegevoegd, waarop een extra stuk hemel en takken met bladeren werden geschilderd.
De parelcode
Aan de bovenkant van de jurk zijn twee rijen parels aangebracht aan weerszijden van de pseudo-Hebreeuwse tekst. Rechts op onderstaande afbeelding (afb. 2) is te zien dat één Hebreeuwse letter een X-teken lijkt weer te geven. Als Romeins getal staat de X voor het getal 10 en dat is meteen het verschil in parels van de twee rijen.
Daarnaast is het kennelijk de bedoeling om de aantallen van beide rijen via de X met elkaar te vermenigvuldigen. De afbeelding verduidelijkt het sommetje 24 x 34:

De uitkomst van de vermenigvuldiging is 816. Dat is een bijzonder getal als ik het afzet op de Reeks van Fibonnacci. Deze reeks bestaat uit getallen die worden gevormd door telkens de twee voorgaande getallen bij elkaar op te tellen: 0 1 1 2 3 5 8 13 21 34 enzovoort. Het 816e getal in de reeks heeft 171 cijfers en begint met 1529077302(…). Ik heb 1529 benadrukt, want dat jaartal is een onderdeel van de code die Jan van Scorel in dit werk gebruikte. Onthoud het daarom even, verderop in dit artikel komt het nog eens aan de orde.
Noot: het genoemde getal 171 je ook in andere artikelen op deze website, bijvoorbeeld in het mysterie van Rennes-le-Château als 17 januari (17-1). Maar ook op “De Aardappeleters” (1885) van Vincent van Gogh als naamdag (17 januari) van Antonius-Abt en als de initialen van Vincents schildervriend A.G.A (als waarde in het alfabet: 1.7.1) van Rappard. En bovendien in Vincents “Sterrennacht” (1889), dat hij schilderde op de vroege ochtend van 20 juni, in het niet-schrikkeljaar 1889 de 171e dag van het jaar.
Overigens lijkt Jan van Scorel via bovenstaande code in zijn schilderij te linken naar de ontdekking van het Caribisch gebied en Amerika, zoals uit het vervolg blijkt.
Fontein der Eeuwige Jeugd
In 1508 landde de Spaanse zeevaarder Juan Ponce de León (1460-1521) op het eiland San Juan Bautista (het latere Puerto Rico). Dit jaartal “1508” komt later in dit artikel nog terug.
Om hun bezetter weg te jagen, zo gaat het vermoedelijk verzonnen verhaal, werd Ponce de León enkele jaren later door inlanders wijsgemaakt dat de Fontein der Eeuwige Jeugd op het nabije vasteland te vinden was.
Paaszondag
Nieuwsgierig geworden ging de Spanjaard daar inderdaad naar op zoek. Hij besefte daarbij niet dat hij met enig goed nadenken het geheim van de Eeuwige Jeugd zelf al had kunnen vinden. Mijn interpretatie vind je later in dit artikel. Op paaszondag 2 april 1513 kwam Ponce de León aan bij een kust die hij vanwege de vele bloemen die hij zag “La Floride” noemde (het huidige Florida).

De voorgaande alinea sluit volledig aan bij de code die Jan van Scorel bovenaan de jurk van Maria Magdalena toepaste. Ik verduidelijk dat als volgt:
1) via de pseudo-Hebreeuwse tekens. Juan Ponce de León kwam uit een adellijke Spaanse familie die verwant was aan de Habsburgers. Het is mogelijk dat sommigen in de tijd van Jan van Scorel dachten dat de Habsburgers joodse bloedlijnen hadden. Dat was vermoedelijk gebaseerd op de (naar thans blijkt) onjuiste aanname dat Roger II van Sicilië, wiens familie banden had met de Habsburgers, getrouwd was met een edele vrouw uit een joodse familie.
2) via de parels als datum. Als de rijen parels bovenaan de jurk (24 en 34) worden uitgesplitst naar 20+4 en 20+14, kan daaruit de datum 20-4-2014 ontstaan, oftewel 20 april 2014. Dat was, net als in 1513 zoals hierboven genoemd, in dat jaar de paaszondag. Dat Jan van Scorel die voor hem toekomstige datum in code gebruikte is niet heel erg vreemd. Zoals bekend kan de paasdatum in theorie tot in het oneindige worden berekend, omdat Pasen altijd valt op de eerste zondag na de eerste volle maan in het begin van de lente.
3) via de parels als coördinaat. In de Straat van Florida, in het zuiden van deze huidige staat, bevindt zich een groot aantal eilanden die “keys” worden genoemd. De meest bekende hiervan is Key West, dat op een voor dit verhaal wel heel bijzondere breedtecoördinaat ligt: 24° 34′ (NB). Een weergave dus van de 24 resp. 34 parels die bovenaan de jurk van Maria Magdalena waren genaaid op Van Scorels schilderij.
1540
Maria Magdalena lijkt vanwege de zalfpot al voldoende te zijn geïdentificeerd op het schilderij. Maar dat is toch niet helemaal waar, want op de zichtbare mouw van de jurk zien we ook al parels afgebeeld. Op de juiste manier geïnterpreteerd (d.w.z. gespiegeld), verbeelden deze parels een combinatie van XV (=15) stuks aan de bovenarm en XXXX (=40) stuks aan de onderarm. Bij elkaar opgeteld vormen 15 en 40 het getal 55, een aanvullend bewijs dat we hier inderdaad Maria Magdalena zien. In de Oosterse Kerk is haar naamdag namelijk 5 mei (5-5), tegenover 22 juli in de Westerse Kerk. Feitelijk zegt Van Scorel hier in code: ik schilderde Maria Magdalena in 1540.

Als je goed afb. 4 bekijkt, lijken zich aan het eind van de mouw, ter hoogte van de pols, nog enkele verticaal aangebrachte parels te bevinden. Dan zou het in plaats van 1540 om 1541 gaan en gaat het getal 55 als uitkomst van de som niet op. Verderop in dit artikel toon ik echter de aanwijzing aan die ervoor zorgt dat deze “1” weggestreept wordt en dat het wel degelijk om 15+40 gaat.
Net als eerder “1529” dient ook het jaartal “1540” onthouden te worden, ten dienste van een berekening aan het eind van dit artikel.
Fantasierots
Ik ga nu in op de betekenis van de grillige rotspartij, links op de achtergrond van het schilderij. Volgens mij gaat het om een fantasierots, die Van Scorel nodig had voor zijn codes in het werk. Volgens kunsthistorici echter betreft het hier een deel van het Sainte-Baume-massief in de Franse Provence. En inderdaad, daar heeft het wat van weg, al geldt de gelijkenis eerlijk gezegd alleen voor de bovenste rand van de rots. Volgens een legende zou Maria Magdalena ongeveer dertig jaar lang als kluizenares in een grot in het Sainte-Baume-gebergte hebben geleefd.
15 augustus
Onderaan de rots op het schilderij is de door twee engelen begeleide Hemelvaart van Maria, de moeder van Jezus, afgebeeld (afb. 5). De feestdag Maria Hemelvaart (de opneming van lichaam en ziel van Maria in de hemel) wordt jaarlijks gevierd op 15 augustus. De oplettende lezer zal het hebben opgemerkt: deze datum kun je ook lezen als 15-08, een verwijzing naar het jaar 1508 waarin, zoals boven omschreven, Juan Ponce de León het latere Puerto Rico ontdekte.

Uit de code blijkt dat het schilderij werkelijk Maria toont. Het gaat beslist niet om een spirituele afbeelding van de hogere sferen van Maria Magdalena, zoals sommigen beweren.
Vingers en vuist
Op het eerste gezicht heeft de rotspartij een wat merkwaardige vorm. De rotsen lijken een beetje op de versteende achterkant van de kop van een kat of ander dier, met twee puntige oren. Verder valt op dat het rotsgebergte vanaf de andere kant min of meer vierkant van vorm moet ogen. De lijn van de boven-en rechterzijde ervan lijkt dat althans te suggereren:

Een nader onderzoek van de geschilderde rotsformatie geeft twee opmerkelijke zaken prijs. Rechtsboven het tafereel met Maria Hemelvaart op afb. 6 zien we als het ware een menselijke vuist die met één vinger omhoog wijst. De duim en andere drie vingers zijn in de handpalm gevouwen. Links daarvan bevindt zich een opvallende schuine streep:

Als Jan van Scorel hier werkelijk een vuist en een vinger heeft willen afbeelden, valt gemakkelijk vast te stellen dat het om een linkervuist en wijsvinger gaat.
Gespiegeld
Dit klopt echter niet, omdat mij is gebleken dat het schilderij horizontaal gespiegeld moet worden. Dat zag je hierboven al bij de totstandkoming van 15+40=55 op de zichtbare mouw van Maria Magdalena. Maar de spiegeling is ook nodig voor de decodering van de pseudo-Hebreeuwse letters op de jurk van Maria Magdalena. Deze letters vormen een code die alleen kan worden opgelost als het schilderij horizontaal wordt gedraaid. De onderstaande afbeelding geeft dat weer:

Afb. 8 toont hoe geraffineerd Jan van Scorel dit heeft gedaan. Met de ontlede X als “icS(corel)” geeft hij aan dat de ic (“ik”) als schilder hijzelf is en dat de “ic” ook op zijn afgebeelde levensgezellin slaat. Beiden horen via de naam Scorel bij elkaar. De toevoeging “HICE” is het oud-Engelse woord voor “huizen” (vergelijk “muizen – mice“).
Met andere woorden, naast dat hij zichzelf en zijn partner de naam “Scorel” geeft, verwijst hij ook naar zijn geboortedorp “Scorel” (= Schoorl).
Geheimhouding
Nu ik hierboven de pseudo-Hebreeuwse tekst heb gespiegeld, doe ik hetzelfde met de afbeelding van de vuist en de streep:

De “schuine streep” liep eerst van linksboven naar rechtsonder, maar nu van linksonder naar rechtsboven. Bovendien is de linkervuist thans een rechtervuist met wijsvinger geworden. Dit laatste is van belang omdat het de bedoeling van Jan van Scorel moet zijn geweest om met deze vinger iets te gaan bedekken. Tegelijkertijd duidt de opgeheven vinger wellicht op een “verzoek” tot geheimhouding:

Albrecht Dürer
Op dit punt aangekomen wordt het tijd om het “magisch vierkant” van de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer (1471-1528) erin te betrekken.
Een paar eeuwen later zou Vincent van Gogh datzelfde doen, in zijn werk “De Aardappeleters” (1885).
Het is bekend dat Jan van Scorel in het jaar 1518 in Neurenberg bij de kunstenaar Albrecht Dürer op bezoek is geweest. Hij kan daar goed met de Duitse kunstenaar over de ets “Melencolia I” hebben gesproken. Dürer had zijn ets (eigenlijk gravure) vier jaar eerder, in 1514, voltooid. Dat blijkt uit het jaartal dat midden-onder in het diagram staat (afb. 11).
Arcering
Uit afb. 11 blijkt de magie: hoe je de getallen van het vierkant ook bij elkaar optelt, horizontaal, verticaal, diagonaal, de uitkomst is altijd 34. Dit getal heet de constante. De uitkomst 34 kan op meerdere manieren worden bereikt, bijvoorbeeld door telkens de getallen van de afzonderlijke kwadranten bij elkaar op te tellen. Of door de som te nemen van de vier getallen in het centrum (17+17).
Probeer het maar eens uit:

Het zijn echter niet alleen de getallen waar het hier om draait; met name de door Dürer gebruikte arcering op de ets is van belang. Deze arcering loopt namelijk van linksonder naar rechtsboven, precies zoals de “schuine streep” op de gespiegelde weergave van de rotspartij.
Kennelijk is het de bedoeling om het vierkant in de richting van de arcering op de vierkantige rots op het schilderij te plaatsen:

De plaatsing is zodanig gebeurd, dat de wijsvinger van de gespiegelde vuist op de “1” in het getal “10” is komen te vallen en daarmee “verdwijnt”.
Opnieuw de coördinaat
Dit is een ongelooflijk intelligente code teneinde (opnieuw) de coördinaat 24° 34′ (NB) te benadrukken. Hierboven gaf ik al aan dat als je per rij (horizontaal, verticaal of diagonaal) de getallen bij elkaar optelt, je altijd 34 krijgt als uitkomst. Maar de “1”, die in het getal “10” stond, is nu weggevallen: daardoor is de optelling in de kolom maar 3+0+6+15 = 24. En voilà, daar hebben we een bevestiging van (of verwijzing naar) mijn stelling dat de rijen parels de coördinaat 24° 34′ (NB) voorstellen. Ook bevestigt dit de “mouwcode”: het gaat echt om 1540 en (vanwege het wegstrepen van de “1) niet om 1541.
Noot: door het wegvallen van het cijfer “1” zijn drie cijfers en één getal ontstaan. Ik doel nu alleen op de cijfers 3-0-6, waarbij ik het getal 15 buiten beschouwing laat. Als cijfer-anagram vormen de cijfers 3-6-0, ofwel 360, het aantal graden van een cirkel. Dit is Van Scorels aanwijzing naar de gevonden breedtegraad, die immers een cirkel rond de aardbol beschrijft.
Eeuwig jeugdig
Verder bevindt zich in het op de rots geprojecteerde diagram het getal 13 geheel in de blauwige hemel. In de Kerk wordt de naam van Maria dikwijls aangeduid met een enkele letter M. In het alfabet staat deze M op de 13e plaats.
Niet toevallig bevinden Maria en de twee engelen zich in vak 15, vanwege Maria’s hemelvaart en haar feestdag 15 augustus (= 15-08). Eerder in dit artikel schreef ik hoe Juan Ponce de León in het jaar 1508 het eiland Puerto Rico ontdekte. Dit jaar 1508 was toevallig een schrikkeljaar (= laatste twee cijfers van een jaar deelbaar door 4), wat je als een metafoor kunt zien van de Fontein van de Eeuwige Jeugd.
Doop
Mensen die in een schrikkeljaar zijn geboren, blijven immers altijd jong, omdat een “schrikkelkind” maar één keer in de vier jaar jarig is. Iemand van 60 jaar oud heeft in zijn leven maar 15 keer zijn of haar verjaardag gevierd; diegene kan gekscherend beweren dat hij of zij nog maar 15 jaar oud is en aldus profiteert van de fontein van de eeuwige jeugd. Dat wil zeggen van de eerste wasbeurt direct na de geboorte op 29 februari. Of bij zijn of haar doop.
De oorspronkelijke naam van het eiland Puerto Rico dat Juan Ponce de León in 1508 ontdekte, krijgt nu meer betekenis: “San Juan Bautista” is (vertaald) Sint Johannes de Doper.
Een minpuntje bij deze interpretatie is dat slechts enkele duizenden mensen baat hebben bij de “Fontein der Eeuwige Jeugd”. Anno 2026 zijn er maar zo’n 11.000 mensen die jarig zijn op 29 februari en daardoor op bijvoorbeeld 80-jarige leeftijd een (fictieve) jeugdige leeftijd van slechts 20 jaar kunnen claimen.
Agatha
Op basis van mijn bevindingen sluit ik niet uit dat de levenspartner van Jan van Scorel, Agatha van Schoonhoven, haar verjaardag vierde op 29 februari. Zonder daarmee een verband te leggen, was zij een mooie, guitig ogende vrouw, getuige het portret van haar dat Van Scorel heeft geschilderd en dat te zien valt in de Galleria Doria Pamphili te Rome:

Investeerders
Met zijn gecodeerde schilderij verloochende Jan van Scorel geenszins het levensdoel dat hijzelf helaas nooit zou bereiken: het droogleggen van de Zijpepolder. Daarmee kon de woeste zee, in die tijd immers bij stormen een bedreiging voor dorpen langs de kust, op afstand worden gehouden.
De code is relatief eenvoudig en heeft, zoals zal blijken, te maken met de originele ets van Dürer uit 1514. Dat is dus zonder de code met de vinger die om geheimhouding vraagt. Integendeel! Van Scorel deed immers moeite om, met name in Vlaanderen, investeerders te vinden voor zijn droogleggings-plannen.
Jeremia
Ook in 1508 komt een vermelding uit een Vlaamse (Mechelse) rechtszaak van 1441 naar voren, namelijk “Jennijn, die men Hamer heet” (Jennijn was in die tijd een koosnaampje voor Jan, Johan of Johannes). De verwijzing naar Mechelen komt voort uit een bezoek dat Van Scorel in 1533 aan het Hof in die stad had gebracht. “Jennijn de Hamer” lijkt een verwijzing te zijn van Van Scorel naar zichzelf, die zich – als hij niets zou doen – verantwoordelijk zou voelen voor de “hamer op de kust”. Ofwel de golven die bij een storm op de kust beuken.
Mij is gebleken dat Jan van Scorel een bijzondere betekenis zag in genoemde vermelding, want
jennijn die men hamer heet
= (in anagram)
jeremia the end men hennij (henny)
Dat hier een Engelstalige tekst opduikt is niet vreemd, gezien de eerdere gecodeerde Engelstalige vermelding van “HICE” (= huizen) bovenaan de jurk van Maria Magdalena. De tekst “the end men hennij (henny)” wil vrij vertaald zeggen: “het einde van de mannen (gezinshoofden) in de huizen”. De naam Henny komt uit het Germaans en betekent oorspronkelijk iets als “heerser van het huis”. Deze mannen (en hun gezinnen) werden dus bedreigd als stormen vanuit zee vrij spel bleven houden in de Hollandse kuststreken.
10 november
De verwijzing naar de profeet Jeremia (Oude Testament) is duidelijk. Maar over welk bijbelboek van hem gaat het hier? Op dit punt komen de twee jaartallen, waarvan ik je eerder vroeg om die te onthouden, aan de orde. Dat gaat om de jaartallen 1529 (resultaat parelcode) en 1540 (het jaar dat in code op de mouw van Maria Magdalena staat). Het verschil tussen beide jaartallen is elf (11).
In het magisch vierkant van Dürer volgt het getal 11 op het getal 10. In dit deel van de code verliet Jan van Scorel, zoals hierboven aangegeven, het verzoek om geheimhouding. Van Scorel doelde daarmee op de combinatie 10-11:

Omdat het jaartal 1529 onderdeel uitmaakte van de code, was alleen de gecodeerde datum “10 november” van toepassing. Dat hier werkelijk een datum wordt bedoeld, is te zien aan de twee cijfers recht erboven: 3 en 2. Gelezen als 3-2 (= 3 februari), blijkt die datum de 34e dag van het jaar te zijn. Dat is een bevestiging van de constante 34 van het magisch vierkant.
51 dagen
Het restant van het niet-schrikkeljaar 1529, na 10 november, bestond uit 51 dagen. En dat is het hoofdstuk van het boek van Jeremia waar Van Scorel op wijst. En welk vers? Welnu, dat moet vers 55 zijn, met andere woorden Jeremia hoofdstuk 51, vers 55. Van Scorels thema betreft immers “Maria Magdalena” met haar naamdag 5 mei (5-5) in de Oosterse Kerk. Het oosten is hier belangrijk, want daar sta je met de rug naartoe wanneer je een westerstorm moet trotseren.
Jeremia 51:55* luidt als volgt:
Want de HEERE verstoort Babel, en zal de grootse stem uit haar doen vergaan; want hunlieder golven zullen bruisen als grote wateren; het geruis van hunlieder geluid zal zich verheffen (bron: statenvertaling.net)*.
Jeremia vergelijkt hiermee de verwoestende golven van de zee met een leger dat een grote aanval op Babel uitvoert, terwijl Jan van Scorel de golven zag als een stormachtige zeemacht die de kust bij Schoorl aanviel…
*de genoemde bijbeltekst komt uit de Statenvertaling van 1637, die Jan van Scorel natuurlijk niet kende. Redactioneel verschilt de tekst duidelijk van vroegere bijbelvertalingen, zoals de Vorstermanbijbel uit 1528. Inhoudelijk komt de essentie van de tekst echter wel overeen met bijbelteksten uit de tijd van Jan van Scorel.







