Het leven met de grootheidswaanzin van zijn vrouw Oopjen was voor Marten een ware hel. In tegenstelling tot wat kenners beweren, schilderde Rembrandt het echtpaar Marten en Oopjen pas in 1637 (niet in 1634), vlak voor de geboorte van hun derde kind. Het zijn dus geen huwelijksportretten. De twee schilderijen en dit artikel leveren het bewijs dat Rembrandt (net als later Vincent van Gogh) op de hoogte was van de Edict-code.
De levensgrote schilderijen met Marten Soolmans (1613-1641) en Oopjen Coppit (1611-1689) zijn in 2016 voor 160 miljoen euro aangekocht door de Nederlandse en Franse Staat. Deze landen betaalden elk 80 miljoen euro aan de Franse familie De Rothschild, die de werken sinds 1877 in het bezit had. Vanwege deze gezamenlijke aankoop zijn de schilderijen afwisselend te zien in het Louvre (sinds 2024) en in het Rijksmuseum (vanaf 2029).
Geheim
Dat het enorme bedrag deels door de Nederlandse en Franse belastingbetaler is opgehoest, is tot daaraan toe. Maar zou daar dan niet tegenover moeten staan dat er correcte informatie over deze werken wordt verspreid? De grote vraag is waarom zekere gegevens geheim worden gehouden. Gebeurt dat om de kunstgeschiedenis te beschermen, aangezien een groot deel daarvan bij het volledig vrijgeven van de code op de schop moet? Of speelt er nog heel iets anders?
Levensecht
Voordat ik de codes nader verklaar, ga ik eerst kort in op de geportretteerden. De schilderijen zijn levensecht, want zij zijn elk 207,5 x 132 cm groot. Het zijn daarmee de grootste portretten die Rembrandt in zijn leven heeft geschilderd. Marten Soolmans kwam uit een rijk gezin, oorspronkelijk afkomstig uit Antwerpen. Zijn vader was een industrieel die zich bezighield met o.a. suikerraffinage. Oopjen Coppit (1611-1689) kwam ook uit een welgestelde familie, die in een geheel andere tak van handel rijk was geworden: met graan en buskruit.
Maerten = Marten
Tot 1956 dacht men dat de twee Maerten Daey en zijn eerste vrouw Machteld voorstelden. Ik begrijp waarom dat was, maar op die reden wil ik hier nog niet direct ingaan. In datzelfde jaar 1956 werd echter vastgesteld dat het om Maerten Soolmans en Oopjen Coppit ging. En kort geleden ontdekte het Rijksmuseum dat Maerten eigenlijk Marten heette. In de code van de schilderijen, die verderop in dit artikel aan de orde komt, is dat een belangrijk nuanceverschil.
Zwanger
Het paar ging op 9 juni 1633 in ondertrouw en trad vervolgens op 28 juni 1633 in het huwelijk. Op dat moment was Oopjen al zwanger, een feit dat gezien haar postuur al enigszins uit haar schilderij afgeleid zou kunnen worden.

Het gegeven dat Oopjen in het geheim een ongeboren kind droeg, heeft Marten (of een ingewijde uit Martens familie) via het Eeuwig Edict (als wet x, woord x) in de data 9 en 28 juni 1633 gecodeerd:
IX. (= 9-6)
Om eenichsins te bedwinghen de TEMERITEYT (= woord 6) van de litiganten (…)XXVIII. (=28-6)
Ter plaetsen daer de costuymen TOELATEN (= woord 6) aende versaemde by houwelyck te doen (…)XVI. (= 16-33 – 2x)
Dat alle zulcke dispositiën van substitutiën, fideicommis, verbiedinghen van t’aliëneren, conditiën van wederkeeringhe oft andere ghelijcke, ghedaen by ordinancie van uuytersten wille oft by contracten inter vivos, van houwelijck oft andere die MEN (= woord 33) (…)
Hieruit volgt
temeriteyt toelaten men men
waarvan in anagram kan worden gemaakt:
ontmantelt intyeme meeeter
(vrij vertaald: onthult baby)
Begin 1634 werd aldus zoontje Henrick geboren, die zijn eerste verjaardag echter nooit zou vieren. Volgens de toegepaste code hield het echtpaar zijn leeftijd in maanden geheim, vooral om Oopjens zwangerschap tijdens de huwelijksceremonie te verhullen. Een en ander heeft Rembrandt, die dit moet hebben geweten, via het Eeuwig Edict subtiel weergegeven. Dat deed hij door alléén het schilderij van Marten in 1637 te signeren met “Rembrandt f. 1634“. In het Eeuwig Edict vertalen die jaartallen zich als wet 16, woord 37 resp. woord 34:
XVI.
Dat alle zulcke dispositiën van substitutiën, fideicommis, verbiedinghen van t’aliëneren, conditiën van wederkeeringhe oft andere ghelijcke, ghedaen by ordinancie van uuytersten wille oft by contracten inter vivos, van houwelijck oft andere die men GHEMEYNLIJCK (= woord 34) noempt conventionele, IN (= woord 37) wat termynen (…)
Het woord “in” slaat in dit verband duidelijk op het (echte) jaar 1637, terwijl de signatuur, geantidateerd als 1634 (wet 16, woord 34), onthult dat de baby als onderdeel van het geheim is gestorven:
ghemeynlijck = (in anagram) geheym ’n lijck
In 1934 overleed Henrick, vervolgens werd in 1636 zoon Jan geboren en in 1637 dochter Cornelija. Dat wil zeggen dat Oopjen opnieuw zwanger was in 1637, toen Rembrandt het paar echt schilderde. Op dat moment was het koppel al vier jaar getrouwd, zodat er niet langer een reden was om de zwangerschap geheim te houden…
(artikel wordt z.s.m. aangevuld…)







