Hunebed van Rolde door Bernardus Gerardus ten Berge
Hunebed D17 in 1856 geschilderd door Bernardus Gerardus ten Berge (Wikimedia Commons)

Hunebed D17 en de W-naam

Jaren geleden bezochten mijn vrouw en ik het Drentse Rolde. De gotische Jacobuskerk was het beginpunt van een mooie wandeling over de es naar de twee nabijgelegen hunebedden D17 en D18. Vooral hunebed D17 maakte veel indruk op ons, vanwege de oude eik en de daardoor(?) ruïneuze staat van het hunebed. In de loop der eeuwen zijn tientallen hunebedden verdwenen, vooral vanwege de toenmalige behoefte aan straatverharding en dijkversterking. In de 19e eeuw maakten met name Engelse oudheidkundigen zich zorgen over de staat van de Drentse hunebedden. Hun inventarisatie leidt tot een interessante code, die zelfs het Huis van Oranje raakt. In dit artikel vertel ik over het hoe en waarom.

De allereerste monumentenwet dateert uit 1734. Daarmee werd getracht de ook toen al gesignaleerde vernietiging te stoppen. Rond 1870 besloot de Nederlandse overheid om de hunebedden ter bescherming massaal aan te kopen. Daarna werden pogingen ondernomen tot restauratie, die de staat van de monumenten eerder verslechterden dan verbeterden.

Zo werden zonder onderzoek aarden dekheuvels weggegraven, omdat men dacht dat ze door duizenden jaren achtereen zand verstuiven waren gevormd. Door de afgravingen verloren veel stenen hun steun en raakten ze verzakt. Meerdere dekstenen stortten de grafkelder in.

Hunebed D17 bij Rolde
afb. 1 – hunebed D17 bij Rolde (Wikimedia Commons)

Aquarellen

Na een tip uit Nederland bezocht de Engelse archeoloog en conservator van het British Museum, Sir Augustus Wollaston Franks (1826-1897), in 1871 Drenthe. Hij kreeg daarmee helaas bevestigd dat de Nederlandse restauraties niet goed werden aangepakt. Door de abominabele toestand die dat veroorzaakte was directe actie nodig, vond Sir Franks, die tevens verbonden was aan de Society of Antiquaries of London.

Als directeur van die organisatie stuurde hij daarop zijn Britse collega’s William Collings Lukis en Sir Henry Dryden naar Drenthe. Hun opdracht was om veertig hunebedden op en rond de Hondsrug nauwkeurig op te meten en te documenteren, voordat het helemaal te laat was.

De inspanningen van beide heren werden beloond. Zelfs nu nog vormen hun gedetailleerde plattegronden en aquarellen een belangrijke historische bron voor de Nederlandse hunebed-archeologie.

Koninklijke belangstelling

Terug naar de hunebed D17 en het 70 meter verderop gelegen hunebed D18, dat er completer bijligt. Hunebed D17 werd in 1872 door de overheid aangekocht, gevolgd D18 in 1873. Bij ons bezoek beseften wij dat het wellicht een van deze hunebedden was waarbij de Nederlands/Franse koning Lodewijk Napoleon het in 1809 nodig had gevonden om het samen met zijn paard te bestijgen.

Waar of niet, het verhaal werd een sage en droeg in elk geval bij aan een koninklijke uitstraling van de hunebedden bij Rolde.

Zuilen van Hercules

Hunebed D17 is in 1706 door S. Hofstede en Schultes Kymmell onderzocht. Zij vonden daarbij naar het schijnt een blauwe pot met vergulde strepen. Koning Willem III (1817-1890) had hierom mogelijk belangstelling voor het tweeling-hunebed en ook omdat de combinatie in 1547 de beschrijving “Zuilen van Hercules” had meegekregen. De Brugse kanunnik Antonius Schoonhovius (Antoon van Schoonhove) beschreef in dat jaar de stenen in vico Roelden (Rolde) als zodanig. Daarmee verwees hij naar de Romeinse geschiedschrijver Tacitus (ca. 56-117).

Maar er kan ook een andere reden zijn waarom koning Willem III deze twee hunebedden in 1854 en 1873 bezocht. Hoe het ook zij, in 1895 volgde in elk geval koningin-regentes Emma, samen met de toen 15-jarige koningin Wilhelmina.

Wat was naast de sage en oude beschrijvingen de werkelijke reden van de kennelijke koninklijke belangstelling voor precies deze hunebedden?

Ansichtkaart
afb. 2 – oude ansichtkaart met hunebed D17 en op de achtergrond de Jacobuskerk in Rolde

Archieven

Een en ander had te maken met het feit dat onze koninklijke familie bekend was met het feit dat de hunebedden in het algemeen en in 1878 hunebed D17 in het bijzonder, werden gebruikt voor een code die het Huis van Oranje aanging. De achtergrond daarvan was echt geheim en mede door de toen nog verspreide codebronnen sowieso niet te achterhalen voor onderzoekers in het gewone publiek.

Een reden die meespeelde, was dat de onderzoeksresultaten van Lukis & Dryden na 1878 verdwenen in de archieven van de Society of Antiquaries in Londen. Dat gebeurde als vanzelf. Het kwam mooi uit dat de Britten nooit de bedoeling hadden gehad om de resultaten te publiceren. Hun primaire doel was immers het documenteren van de oorspronkelijke staat van de veertig onderzochte hunebedden en het veiligstellen van die informatie.

Plaat XII

Op 5 juni 2015 vond in het Drents Museum te Assen de presentatie plaats van het boek “In het spoor van Lukis en Dryden – Twee Engelse oudheidkundigen tekenen Drentse hunebedden in 1878” (afb. 3). Het boek toont hoe de Drentse provinciale archeoloog dr. Wijnand van der Sanden alsnog de beschikking over de originele verzamelde informatie. Daardoor kon hij het volledige materiaal wetenschappelijk analyseren en samen met de oorspronkelijke aquarellen in zijn fraaie boek publiceren.

Lukis en Dryden
afb. 3 – cover van het boek met onder andere de plattegronden en aquarellen uit 1878 – ©Uitgeverij Matrijs

Uit het boek blijkt dat plaat XII een tekening weergeeft van hunebed D17. De tekening/reconstructie van dit hunebed blijkt een code te vormen die opmerkelijk genoeg overeenkomt met een gegeven dat optrad bij de treinramp van 1917 waarbij koningin Wilhelmina (ongedeerd) was betrokken. Lees mijn artikel daarover.

De gegevens van plaat XII heb ik bestudeerd met behulp van de door mij gevonden codebronnen (waaronder het Eeuwig Edict en La Vraie Langue Celtique).  Zonder mijn bronnen integraal te kunnen benoemen, onder andere vanwege een copyright-kwestie, mag ik wel de uitkomst van de code aanreiken:

CODE ROLDE UIT ‘N ONEVEN TOMBE

Dit bewijst dat deze specifieke code na 1918 moet zijn ontstaan, omdat in dat jaar de Nederlandse archeoloog A.E. van Giffen van de overheid officieel opdracht kreeg om alle Nederlandse hunebedden in kaart te brengen.

Daarbij paste Van Giffen de bekende nummering toe, die evenwel eerder onofficieel op een ander geheim (elitair?) niveau kan zijn samengesteld. Bovendien kon de code pas kloppend worden gemaakt nadat de laatste codebron in de tweede helft van de 20e eeuw werd ingesteld.

Statussymbool

Dit alles in ogenschouw nemend, bestaat er nog een tak van mijn onderzoek, waarin de hunebedden D17 en D18 symbolisch staan voor de 17e en de 18e eeuw. Momenteel werk ik aan een vervolg-artikel over De Aardappeleters (1885) en het magisch vierkant op dit schilderij van Vincent van Gogh (1853-1890), waaruit een dergelijk verband zal blijken.

In de 17e en 18e eeuw bracht de VOC vanuit de koloniën thee naar Nederland. Op zeker moment werd het drinken van de nieuwe warme drank vooral bij de (hoge) adel een statussymbool. Deze verwijzing houdt verband met mijn vondst dat de wever Antonie, die met zijn rug naar het raam zit op Vincents schilderij, een kop T (kop thee) drinkt.

In de 17e en 18e eeuw werden bijvoorbeeld zilveren theezeefjes vaak versierd met gedetailleerde theebladeren om de herkomst van deze drank uit het Verre Oosten te symboliseren.

Code in code

Uit de gevonden tekst “CODE ROLDE UIT ‘N ONEVEN TOMBE” blijkt dat er een woordspeling is toegepast aangaande het woord “ROLDE”. Dat is enerzijds een Drentse plaatsnaam en anderzijds de verleden tijd derde persoon enkelvoud van het werkwoord “rollen”. In dit geval “rollen uit” of “voortkomen uit”.

En (graf)tombes in Rolde zijn de hunebedden D17 en D18, waarbij het evident is dat de gevonden tekst een bevestiging geeft dat het hier inderdaad de oneven ’tombe’ D17 betreft.

De tekst lijkt daarmee te suggereren dat er nóg een code is vervat in alleen hunebed D17. Er rolt immers een code voort uit de code die ik al had gevonden. De uitkomst daarvan (opnieuw zonder een compleet overzicht van de codebronnen te kunnen geven) slaat volledig op het Huis van Oranje:

CULTUUR UITJE ADEL – PA DIETS

Met de uitkomst “PA DIETS” wordt de Dietse “Vader des Vaderlands” bedoeld: Willem van Oranje (zie verderop in dit artikel). Bij de keren dat de Oranjes de Drentse hunebedden bezochten, werd naar buiten toe dan ook de nadruk gelegd op de vaderlandse cultuur en geschiedenis.

Dat paste goed in het tijdsbeeld van de 19e en vroege 20e eeuw, waarin de Nederlandse nationale identiteit langzamerhand vorm kreeg. Archeologisch erfgoed zoals de hunebedden gold daarbij als een belangrijk symbool van de oudste wortels van de Nederlandse cultuur.

W’s

Als ik tenslotte de geografische coördinaat van beide hunebedden (52°59’24” NB | 6°38’56” OL) loslaat op mijn codebronnen, komt daar iets heel toepasselijks uit wat het Huis van Oranje betreft.

Net als bij andere herleidingen vanuit coördinaten gebruik ik ook hier het Arcadische rekenen met coördinaten. Dat betekent dat ik de codebronnen toepas op basis van de getalscombinatie 38–59. Daar komt dan uit:

KOOS OUDERLOOS

Deze uitkomst is duidelijk weer een raadseltje op zichzelf. Het woord “koos” is de verleden tijd enkelvoud van “kiezen”. Verder wil “ouderloos” zeggen “zonder ouders”. Voor een kind betekent dit dat hij of zij een WEES is. Maar “WEES” kan ook worden gezien als het meervoud van de letter W: W’s (klinkt als “wees”).

En dit is dan weer helemaal van toepassing op de familie Van Oranje. Die heeft er immers als politieke traditie bewust voor gekozen om sinds 1815, met uitzondering van de koninginnen Juliana en Beatrix, een koninklijke naam te voeren die begint met de letter W.

Voortzetting traditie

Vóór 1815 was Nederland bezet door Frankrijk en had er een buitenlandse koning op de troon gezeten: de al eerder genoemde Lodewijk Napoleon (de broer van Napoleon Bonaparte). Na deze periode keerde de monarchie terug. In 1815 werd Willem I de eerste Koning der Nederlanden.

Om zijn koningschap direct historische inhoud te geven, greep hij terug op de eerder genoemde Vader des Vaderlands, Willem van Oranje (1533-1584). Door diezelfde naam “Willem” aan te nemen als koning, zette hij deze eerste Nederlandse koning neer als de voortzetting van een oude traditie.

Daarbij onderscheidde hij zich met zijn oer-Hollandse naam duidelijk van de eerdere Franse bezetter-koning, die eigenlijk Luigi Napoleone Buonaparte heette.

Willem van Oranje in
afb. 4 – Willem van Oranje in 1580 (Wikimedia Commons)

W-naam

Na Willem I volgde Willem II en daarna Willem III. De laatste stierf in 1890 zonder een mannelijke opvolger. Tien jaar daarvoor was het al duidelijk dat die er niet zou komen. Daarom werd bewust gekozen voor opnieuw een W-naam voor zijn dochter die in 1880 werd geboren: Wilhelmina als vrouwelijke vorm van Willem.

Nadat de traditie met de koninginnen Juliana en Beatrix was onderbroken, bracht koning Willem-Alexander die in 2013 weer terug. Hij noemde zich daarbij bewust Willem-Alexander en niet Willem IV, waarbij hij als onwaarschijnlijke reden aangaf dat hij niet als een nummer gezien wilde worden. Wat daar ook de werkelijke achtergrond van was, hij koos er in ieder geval voor om de historische koningsnaam Willem in ere te herstellen.

Koningin Wilhelmina-Amalia?

Helaas voor koning Willem-Alexander zal dat waarschijnlijk maar tijdelijk zijn; bij de volgende troonswisseling zal de naam van zijn opvolgster vermoedelijk met een hoofdletter  “C” (van Catharina) beginnen.

Hoewel… in theorie mag prinses Amalia zelf bepalen onder welke naam zij wil regeren. Voluit heet zij Catharina-Amalia Beatrix Carmen Victoria. Het staat haar geheel vrij om voor haar koningschap een andere naam te kiezen, zelfs als die niet tussen haar officiële geboortenamen staat.

Dus Wilhelmina-Amalia behoort beslist nog tot de mogelijkheden, dat wil zeggen, als ervoor gekozen wordt om de traditie met de W-naam voort te zetten.

Openbaring

Maar ach, misschien zien toekomstige onderzoekers de achtergrond van de keuze van prinses Amalia nog eens ergens in een nieuw(?) monument als een code terug…

En wat denk je hiervan: zou het toeval zijn dat de openbaring van de Engelse hunebed-code-aanwijzing in 2015, door dr. Wijnand van der Sanden, is gebeurd omdat zijn voornaam met een “W” begint?

 

 

Vorige artikel
Ontsporing Houten juni

Treinongeval 1917 leidt tot code-schilderij van koningin Wilhelmina

Volgende artikel
Ring of fire Antartica

Geldrop wordt in 2032 opnieuw de wollige trots van Brabant

Reageer op dit artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

©2013-2026 Duyo Geldrop / Jan Bakker WebTeksten | kopiëren is niet toegestaan.