Het begon allemaal met onderzoek naar geheime codes in schilderijen van Jan van Eyck en Jan van Scorel. Later heeft Jan Bakker WebTeksten zijn werkterrein uitgebreid naar Vincent van Gogh en enkele internationale mysteries. Daaruit volgde de ontdekking dat (inter)nationale kunstenaars en priesters tot in de recente geschiedenis door één centrale bron werden aangestuurd tot het plaatsen van bepaalde codes in hun publieke uitingen. “Ach, daar heb je er weer één,” hoor ik je als lezer(es) al denken. “De zoveelste die te lang naar schatzoekers-filmpjes op YouTube heeft gekeken en nu overal complotten in ziet.”
Begrijpelijk, maar hoe vermakelijk die intrigerende filmpjes en theorieën ook zijn, de werkelijkheid is soms nog veel interessanter. En in dit specifieke geval begint dat niet op het moderne internet, maar veel dichter bij huis: rond de fysieke kastelen van Geldrop en Heeze, onder de rook van Eindhoven.
Vroeger was het minder makkelijk dan tegenwoordig om iets van staatswege geheim te houden. Veel belangrijke kwesties die bewaard dienden te blijven, werden via symboliek en andere codes verborgen in kunst, met name schilderijen. Maar ook in manuscripten of handschriften.
Hebben olla vogala
Een voorbeeld van een handschrift is het Oudnederlandse liefdesgedicht in de afbeelding boven dit artikel. Het gedichtje is pas 1932 ontdekt als oudste Nederlandse tekst. Dat was in Engeland, in de bibliotheek van de Universiteit van Oxford, vandaar dat het zo lang onbekend is gebleven.
De volledige tekst (met daaronder de vertaling) is:
Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?
(Alle vogels zijn al aan het nestelen, behalve ik en jij. Waar wachten wij nog op?)
Bende vogels
De tekst was bovendien verdekt opgesteld op de laatste pagina van een Latijns handschrift, afkomstig uit de kathedraal van Rochester. Vind dat maar eens als je ernaar zoekt! Vooralsnog sluit ik niet uit dat de tekst in het handschrift verband houdt met het mysterie. Dat is vanwege de vroegere Bentvueghels, een broederschap van Noord- en Zuid-Nederlandse kunstschilders dat zich rond 1620 in Rome vestigde.
De naam “Bentvueghels” betekende “vogels van een bende”. Leden ervan zagen zichzelf als “vrije vogels”, oftewel kunstschilders die ver van huis (in Rome dus) hun eigen regels bepaalden. Omdat ook Nicolas Poussin (1594-1665) hierbij betrokken was, zie ik hem als een mogelijke verbindende speler in een internationaal mysterie. Hoewel Poussin geen officieel lid was van de Vlaams/Nederlandse broederschap, trok hij wel regelmatig op met de leden ervan.
Hoe het ook zij, een wereldwijd vanuit Nederland opererende organisatie stuurde het allemaal aan. Men deed dat via een overkoepelend centraal bestuur, dat zich altijd al in onze contreien heeft bevonden, met per land een daaraan verbonden uitvoerende elitaire afdeling.
Eeuwig Edict
Meer dan duizend jaar geleden werd binnen die ene organisatie afgesproken dat geheime codes via één centraal Nederlandstalig basisdocument dienden te worden opgesteld. Het “Hebban Olla Vogala”- handschrift werd daartoe te beperkt geacht. Vanaf 1595 werd er zestien jaar gewerkt om het basisdocument om te vormen tot het Eeuwig Edict zoals dat in 1611 werd gepubliceerd, in een Frans- en een Nederlandstalige versie (afb. 1).

Een en ander gebeurde onder het mom van de eerste aanzet tot een algemeen wetboek in de Zuidelijke Nederlanden. Het wetboek bevatte 1 wet met 47 wetsartikelen die betrekking hadden op belangrijke onderdelen van een rechterlijke organisatie. De Franstalige versie werd daadwerkelijk voor officiële juridische zaken toegepast. De Nederlandstalige versie van dit specifieke Edict was juridisch niet bepalend en werd vanaf de 17e eeuw nationaal en internationaal als brondocument voor geheime codes gebruikt.
Hubertus
Een bijzondere verwijzing naar het Eeuwig Edict bevindt zich op de zuidgevel van het kasteel in het centrum van Geldrop. Hier kun je daar meer over lezen. De onthulling van deze ontdekking werd gepubliceerd in de (inmiddels niet meer verkrijgbare) roman “Het Hubertus Mysterie” uit 2018, geschreven onder het pseudoniem Duyo Geldrop van onderzoeker Jan Bakker. De naam “Hubertus” verwees naar degene die kasteelheer was in de tijd van Vincent van Gogh.
Dwaalsporen
Ja, ik weet het wel, je denkt nu vast iets van “Als dit geheim werkelijk zo belangrijk is, waarom is daar dan nooit eerder op grote schaal aandacht aan besteed?” Het antwoord daarop is even briljant als frustrerend: omdat er vier eeuwen lang professioneel zand in de ogen van het grote publiek is gestrooid.
Het ware geheim is zo goed verborgen omdat er oorspronkelijk een geniale overlevingsstrategie voor is bedacht: het uitzetten van dwaalsporen. Als je wilt voorkomen dat iemand de juiste schatkaart vindt, teken je er gewoon een aantal licht aangepaste kopieën bij. En het moet gezegd worden: dat is allemaal goed gelukt.
Recyclen
In de 20e eeuw werd door bepaalde organisaties informatie over geheime staatszaken verhuld op basis van de bestaande codes van het Eeuwig Edict. Daaraan werd in de 50-er jaren van de vorige eeuw het boek LVLC (1886) van de Franse priester Henri Boudet toegevoegd. Het systeem was hetzelfde: zoveelste pagina, zoveelste woord. Codes kunnen op die manier worden uitgelegd in verschillende talen, waarbij de Nederlandse taal opnieuw bepalend is, met name bij oplossingen vanuit anagrammen.
Na de Eerste en Tweede Wereldoorlog, met als hoogtepunt de paranoia van de Koude Oorlog, werd het coderen overgedragen aan moderne organisaties. Vroege inlichtingendiensten realiseerden zich dat het oude geheim nog steeds onopgelost in stand was gehouden. Hun methode was bijzonder efficiënt. Men begon bestaande, historische mysteries te recyclen en te bewerken. Nieuwe aanwijzingen werden gedeponeerd en oude documenten zorgvuldig aangepast, zonder sporen achter te laten.
Buiten schot
Voorbeelden daarvan zijn de zorgvuldig geënsceneerde mysteries rondom Rennes-le-Château in Zuid-Frankrijk, de inscripties op het Shepherds Monument in Engeland, de Beale Ciphers in Amerika en de bodemloze put van Oak Island in Canada (zie hierna). Onderzoekers staren zich er blind op, omdat het nu eenmaal stuk voor stuk intrigerende verhalen zijn.
Maar pas op! In hun moderne vorm doen ze vooral dienst als slimme bliksemafleiders. Ze zijn bedoeld om codebrekers decennialang bezig te blijven houden met valse puzzels, terwijl het echte mysterie, aangevuld met moderne geheimen, nog steeds buiten schot blijft.
Militaire projecten
Oak Island is daar een prachtig voorbeeld van. De beroemde “Money Pit” met zijn ingenieuze overstromingstunnels wordt vaak toegeschreven aan piraten. Maar piraten hadden geen gelegenheid en ook geen kennis om een dergelijk waterbouwkundig project op te zetten. De Britse en Franse genie-officieren die in de 18e eeuw in de koloniën waren gestationeerd, hadden die tijd en kennis wél.
En dat ging vrijwel altijd om vrijmetselaars. De geometrische patronen in het landschap op Oak Island (zoals het ‘Kruis van Nolan’) en de mysterieuze tunnels waren militaire projecten, gecodeerd in de taal van Nederlandse(!) geheime broederschappen. Op die manier werden nieuwsgierigen van staatswege met succes op afstand gehouden.
Derde codebron
Naast het eerder genoemde Eeuwig Edict (1611) en La Vraie Langue Celtique (1886) bestaat er voor het verhullen van het werkelijke mysterie een derde, geheime codebron. Deze bron is feitelijk een thematisch Nederlandstalig non-fictie boek dat tijdens de Koude Oorlog op aangeven van inlichtingendiensten is geschreven en door een Nederlandse uitgeverij is gepubliceerd. De code heeft exact dezelfde structuur als die in het boek van Boudet uit 1886: zoveelste pagina, zoveelste woord, losse letters zijn woorden, tellen met inbegrip van afgebroken lettergrepen, nummers en jaartallen niet meegerekend.
Hoewel de codebronnen voor de beste oplossing alle drie tegelijk dienen te worden gebruikt, kan ik de derde codebron vanwege een copyright-probleem voorlopig niet vrijgeven. De oplossingen van puzzels waarbij deze derde bron is toegepast, publiceer ik op deze website echter wel!
Sceptisch
Het onderzoek van Jan Bakker WebTeksten is een serieuze analyse van bestaande feiten. Als je de mysteries rond Vincent van Gogh en andere kunstschilders buiten beschouwing laat, alsmede moderne rookgordijnen uit de Koude Oorlog en de (vroegere) afleidingsmanoeuvres van de elite, blijft er uiteindelijk een heldere structuur over.
Zoals ook al vermeld in de inleiding van dit artikel, is het volkomen logisch dat je sceptisch bent. Dat hoort nu eenmaal bij een gezond en kritisch denkvermogen. Maar vergeet niet dat de beste plek om iets te verbergen, altijd in het volle zicht ligt. Wereldwijd zoekend naar schatten ligt de sleutel misschien wel gewoon op ons te wachten tijdens een wandeling in het fraaie landschapspark van Kasteel Geldrop. Je mag het gerust allemaal met een korreltje zout nemen, zolang je de feiten maar serieus bekijkt.
Achtertuin
Misschien is hier nog wel de strekking van de beroemde roman “De Alchemist” van de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho (1947-) het meest op zijn plaats. De hoofdpersoon reist de wereld rond om een schat te zoeken. Na vele jaren keert hij uitgeput en zonder resultaat terug naar huis, waar hij ontdekt dat de betreffende schat in zijn eigen achtertuin begraven ligt.
Veel lees- en (eventueel) studieplezier gewenst!
Met groet,
Jan Bakker
(aangepast op) 11 oktober 2026







