In 1620, toen Rembrandt 14 jaar oud was, werd hij door zijn ouders onder de naam Rembrandus (een in wetenschappelijke kringen gebruikelijke latinisering van zijn naam) bij de Leidse Universiteit ingeschreven. Ondanks dat hij ervoor koos om schilder te worden, is zijn inschrijving nooit ongedaan gemaakt en had Rembrandt bij de Universiteit hoogstwaarschijnlijk contacten met hoogleraren en wetenschappers, contacten die andere schilders toen niet hadden. Een en ander blijkt wel uit de twee beroemde schilderijen die in dit artikel aan de orde komen.
In het Rijksmuseum te Amsterdam kan een belangrijk meesterwerk van de Nederlandse schilder Rembrandt van Rijn (1606-1669) worden bewonderd: het schilderij met de naam Het Joodse bruidje uit ca. 1667 (afbeelding bovenaan dit artikel). Waar deze titel vandaan komt, is geheel onduidelijk. Niemand lijkt precies te weten wie de twee personen zijn die op het werk worden afgebeeld. Suggesties zijn er genoeg: zo zou het kunnen gaan om de zoon van Rembrandt, Titus, met zijn echtgenote.
Maria Magdalena
De meeste kunsthistorici zijn echter van mening dat het hier gaat om Isaac (de zoon van Abraham en Sarah), en zijn vrouw. Daarnaast wordt wel geopperd dat het personen zijn uit de tijd van Rembrandt, die zichzelf als Bijbelse figuren hebben laten afbeelden. Zelf ga ik voor de optie dat het Bijbelse figuren zijn die Rembrandt heeft afgebeeld in 17e eeuwse kledij. En gezien de geheime code die in het werk aanwezig is (zie verderop in dit artikel), kan het bijna niet anders of wij zien hier Jezus Christus, samen met zijn Joodse bruid Maria Magdalena.
LV
Als de vrouw inderdaad Maria Magdalena voorstelt, heeft zij echter geen rood haar, zoals gebruikelijk, maar in dit geval een rode japon. Overigens had ook de Maria Magdalena (Mona Lisa/La Joconde) van Leonardo da Vinci geen rood haar, noch een rode jurk, terwijl zij toch overduidelijk deze persoon moest voorstellen.
In 2010 ontdekte namelijk Silvano Vinceti, voorzitter van het Italiaanse Nationale Comité voor Cultureel Erfgoed, de minuscule letters LV in het rechteroog van Lisa. Algemeen wordt aangenomen dat dit de initialen van Leonardo da Vinci zijn, maar ik denk dat er meer achter zit.
Splitsing
In Romeinse cijfers staat LV gelijk aan het getal 55, dat gelezen kan worden als 5-5 (5 mei). Met deze aanduiding (= LV) gaf Leonardo da Vinci zowel zijn initialen als Maria Magdalena aan. De 5de dag van de maand mei is in de Oosterse christelijke Kerk de datum waarop de feestdag van Maria Magdalena wordt gevierd, in tegenstelling tot 22 juli in de Westerse christelijke Kerk.
In het begin van het Christendom was er sprake van één centrale Kerk, maar in het jaar 431 na Christus, tijdens het Concilie van Efeze, trad er een splitsing op die in algemene zin vanaf dat jaar voortduurt tot in onze tijd.
Anatomische les
Een tweede beroemd werk van Rembrandt dat ik hier wil aanhalen, is “De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp”. Dit werk van 169,5 × 216,5 cm bevindt zich in het Mauritshuis te Den Haag (afb. 1). Het beeldt een anatomie-les uit die plaatsvond op 31 januari 1632, met als ‘slachtoffer’ de 41-jarige Aris Kindt die eerder die dag was opgehangen vanwege een diefstal.
Ik heb ontdekt dat dit schilderij de aanzet was voor Rembrandts meesterwerk “Het Joodse bruidje” (1667). De grote tijdsspanne (35 jaar) tussen beide werken toont aan dat Rembrandt heel bewust met zijn composities omging.

Rembrandt was het niet zelf die bepaalde wat hij moest schilderen en wanneer. Dat hing mede af van zijn opdrachtgevers, die mogelijk verbonden waren aan de Leidse Universiteit. Op basis van deze aanname durf ik te stellen dat als Rembrandt vóór het jaar 1667 was komen te overlijden, iemand anders uit zijn directe omgeving, bijvoorbeeld zijn leerling Ferdinand Bol, de opdracht had gekregen tot het schilderen van onder meer “Het Joodse bruidje”.
Fouten
Het verband tussen beide werken vind ik in de toegepaste verwijzing naar de anatomie van het menselijke lichaam. Zoals je kunt zien op het schilderij met de anatomische les (afb. 1), wordt daarbij de linkerarm van de overledene ontleed. Volgens deskundigen toont Dokter Tulp zijn medische studenten de werking van de vingers (o.a. die van de middelvinger) vanuit de spieren van de onderarm.
Bij de technische weergave heeft Rembrandt volgens dezelfde kenners wel fouten gemaakt. Dat deed hij zeer waarschijnlijk met opzet, zodat niemand uit de medische wereld iets bijzonders achter dit lugubere tafereel zou zoeken.
Onderste vingerkootje
Voor Rembrandt en zijn opdrachtgevers was het belangrijk dat hij enkel en alleen als schilder werd gezien en niet als een wetenschapper. De overeenkomst tussen de twee in dit artikel beschreven kunstwerken zit ‘m hierin, dat de vrouw op “Het Joodse bruidje” het onderste vingerkootje van de middelvinger van de rechterhand van de man tussen duim en wijsvinger lijkt te benadrukken. Het is alsof daar de aandacht op moet worden gevestigd. Een en ander blijkt duidelijk uit onderstaande detail-afbeelding:

Het onderste vingerkootje van de middelvinger heet de “proximale falanx“, waarbij “falanx” vanuit het Latijn vingerkootje betekent. Het eerste woord in de term (proximale) wordt hier echter dubbelzinnig gebruikt. Het woord is afgeleid van “proximus”, dat “dichtbijgelegen” betekent. Dat wil zeggen dat dit deel van de vingerkootjes (falangen in het Nederlands) dichterbij het centrum van het lichaam (het hart) ligt, dan een ander deel daarvan, in dit geval bijvoorbeeld de vingertoppen.
Route naar hart
Anatomisch gezien duidt het woord “proximaal” dus een richting aan. Stel dat we nu de route zouden willen volgen naar het centrum van het lichaam, dan zouden we een lijn krijgen die loopt van het vingerkootje van de middelvinger (de proximale falanx) over het middenhandsbeentje van de hand. En van daaruit over de arm naar de romp en het centrum, het hart. De wetenschappelijke medische naam voor het genoemde deel van de handbeenderen waar de route over loopt, is: “ossa metacarpii”.
Echo
Nu wordt het goochelen met anatomische termen. Het genoemde middenhandsbeentje ligt nóg dichter bij het centrum van het lichaam (ten opzichte van de vingerkootjes). Daardoor kan thans gesteld worden dat het betreffende middenhandsbeentje proximaal van de vingerkootjes ligt. Het één functioneert zo als de “echo” van het andere…
Identiteit vrouw
Het verborgen aspect is hier dus dat het vingerkootje van de man dat de vrouw op het schilderij aanduidt, via het sleutelwoord “proximaal” verwijst naar het dichtstbijgelegen botje in zijn rechterhand, en dat heet dan “ossa metacarpii”.
Rembrandt laat de vrouw dit zo aanwijzen omdat het in anagram iets prijsgeeft over haar identiteit. Het begrip “ossa metacarpii” kan, als een letterwisseling, “corps asiate mai” betekenen. Vertaald vanuit het Frans wil dat zeggen: “Aziatisch lichaam mei”.
Plexor
Overigens heeft Rembrandt nog een ander medisch gegeven verwerkt in dit schilderij, namelijk het gebruik van een hamertje zoals hieronder (afb. 3) afgebeeld. Hetzelfde effect als werken met dat hamertje, ook wel plexor of percussiehamer genoemd, wordt bereikt als een arts op de buik van zijn patiënt klopt. Hij doet dat met zijn middelvinger. Uit het geluid dat de arts daarbij hoort, stelt hij zijn diagnose.

Proximale
De middelvinger van de arts fungeert bij het “tappen” op de buik als een pleximeter. Dit woord is afgeleid van “plexor“, het hierboven afgebeelde hamertje waarmee met hetzelfde effect onderzoek aan de borstkas wordt gedaan. De man op het schilderij heeft zijn rechterhand op het onderste deel van de borstkas van de vrouw gelegd, terwijl hij haar met zijn linkerhand vasthoudt.
Met zijn hoofd schuin is het alsof hij via zijn rechterhand ergens naar luistert. Het geheim zit ‘m mede in het eerder genoemde woord “mai” (mei in het Frans). Samen met “plexor”, dus mai plexor, is dat het anagram van proximale…
Armband
Behalve anatomische factoren maakt ook de armband van de vrouw deel uit van Rembrandts codering. Hieronder (afb. 4) zie je de betreffende armband geel omkaderd weergegeven:

Duidelijk is dat de armband zodanig om de pols van de vrouw valt, dat er een hoofdletter N mee ontstaat. De N is de 14de letter van het alfabet en staat binnen de code voor het getal 5 (immers: 1+4 = 5). Dit getal hoort bij de eerdergenoemde maand mei. Voor de duidelijkheid nog even samengevat: “Aziatisch lichaam mei” plus het getal “5“.
Bruidegom
Aldus zijn wij nu te weten gekomen dat de vrouw op het schilderij van Aziatische afkomst moet zijn en dat de datum 5 mei met haar geassocieerd dient te worden. In het kader van de LV-codering kan het niet anders, of het gaat hier om de uit Klein-Azië afkomstige Maria Magdalena. En omdat er volgens de overlevering van het schilderij sprake is van een bruid, is er maar één identiteit van de man mogelijk: de bruidegom moet Jezus Christus zijn!
Tulp
Maar wat, zo vraag je je misschien af, is kort samengevat het eigenlijke verband tussen de Anatomische Les van Dr. Nicolaes Tulp en het Joodse Bruidje? Wel, dat moet nu duidelijk zijn. In het Joodse Bruidje codeerde hij de persoon Maria Magdalena, die dankzij het schisma van Efeze (zie boven) twee verschillende “verjaardagen” kent: 5 mei en 22 juli.
Efeze lag in Turkije, het land waar oorspronkelijk de tulp vandaan komt, maar ook Sint Nicolaas, de 4e eeuwse bisschop van Myra, een stad die eveneens in Turkije lag. Zo krijgt de naam Nicolaes Tulp wel een heel bijzondere lading, zéker in combinatie met anatomische factoren en het Joodse Bruidje.







