Archeoloog dr. A.E. van Giffen kreeg in 1918 officieel opdracht van de Nederlandse regering om alle hunebedden in het land in kaart te brengen. Ik heb ontdekt dat daar een geheime taak aan moet zijn toegevoegd: houd daarbij rekening met het Eeuwig Edict van 1611. In 1934 zou D.U.A. Van Giffens nummering van de Nederlandse hunebedden coderen in de losgeldbrieven naar aanleiding van de diefstal van het paneel van de Rechtvaardige Rechters. Aanwijzingen naar Amsterdam en indirect naar hunebedden worden aangereikt door… het Lam Gods zelf!
Voordat ik inga op de coderingen in de losgeldbrieven, wil ik eerst de vermoedelijke geheime regeringsopdracht aan Van Giffen beschrijven. Hij ging daarmee aan de slag door elk hunebed een code te geven die begon met de eerste letter van de provincienaam: “G” voor Groningen en “D” voor Drenthe. Aan de letters voegde hij een volgnummer toe, dat hij ruwweg van noord naar zuid aan de hunebedden toekende. Hoewel ook de provincie Groningen in 1918 een hunebed bezat, beperk ik mij in dit artikel tot de hunebedden van Drenthe.
Van Giffen begon in 1918 met zijn inventarisatie begon, maar hij is daar in totaal een aantal jaren mee bezig geweest. Zijn publicatie daarover verscheen pas na 1924 via zijn driedelige standaardwerk “De Hunebedden in Nederland” .
Cirkel
Het laatste nummer dat Van Giffen in het oostelijke deel van deze provincie gaf, was 51 (D51 bij Noord-Sleen). Vervolgens toog hij naar het westen van de provincie, waar hij opnieuw van noord naar zuid achtereenvolgens D52 toekende aan het hunebed van Diever en D53/D54 aan de hunebedden van Darp (gemeente Havelte).

Als eerste invulling van het geheime deel van zijn opdracht, legde Van Giffen de basis van het Eeuwig Edict van 1611 in de hunebedden vast. Hij wist dat het Eeuwig Edict bestond uit één wet met 47 wetsartikelen. Dit getal “47” kwam goed uit, omdat het cijfer “4” daarin in het alfabet staat voor de letter “D”. Zoals uit de volgende alinea blijkt, legde hij de basis voor zijn code door de 47 wetsartikelen te verbinden aan het hunebed D7 (4-7) en, zoals we zullen zien als een soort bevestiging, aan het hunebed D8 (zie afb. 2).
Hiermee symboliseerde Van Giffen niet alleen de 47 wetsartikelen van het Eeuwig Edict. De 7e letter van het alfabet is namelijk een “G“, toevallig ook de eerste letter van Geldrop. En het is Kasteel Geldrop dat via de muurankers het publicatiejaar van het Eeuwig Edict weergeeft. Zo was de cirkel rond en had Van Giffen het eerste deel van zijn geheime opdracht vervuld. Maar hij wilde meer, namelijk dat via een hunebednummer werd aangegeven dat de 47 wetsartikelen iets met “rechten” hadden te maken.
Schipborg
Die gelegenheid werd hem door het Eeuwig Edict zelf geboden en wel als wetsartikel 4 (in het alfabet de “D”), woord 8:

Deze uitkomst, “rechteren”, kan worden gelezen als “recht-eren”, oftewel het eren van het recht en dat is wat het Eeuwig Edict van 1611 juist doet!
Dit was precies wat Van Giffen wilde: een hunebed met de aanduiding D7 voor de 47 wetsartikelen van het Eeuwig Edict en D8 als aanduiding van het eren van het recht. Hij koos hiervoor een zogenaamd tweeling-hunebed. Een geschikt koppel voor deze respectieve nummering lag in het natuurgebied De Strubben-Kniphorstbos, een fraai heide- en boslandschap naast de weg tussen Anloo en Schipborg.
Bovendien pasten deze hunebedden perfect in de nummering vanuit het noorden. De afstand tussen beide hunebedden bedroeg hemelsbreed maar 500 meter, via zandpaden was het iets verder. Een zandpad dat leidde naar naar hunebed D7 begon direct tegenover het landgoed Schipborg.
Grapje?
Over dit landgoed schreef ik eerder een artikel op deze website in verband met de geografische coördinaat die verwijst naar de geboortedatum van Vincent van Gogh. Hebben we hier te maken met een grapje van professor Van Giffen? De afkorting van zijn achternaam Van Giffen (VG) komt immers overeen met Van Gogh (ook VG), maar dat kan net zo goed toeval zijn. Aan het eind van dit artikel kom ik nog even terug op Vincent van Gogh.
Vierde losgeldbrief
Het wordt nu tijd om de losgeldbrieven van D.U.A. in dit artikel te betrekken. Zoals bekend probeerde een zekere D.U.A. na de diefstal van het paneel De Rechtvaardige Rechters in 1934 via dit soort brieven het paneel terug te leveren. Het ging in totaal om dertien brieven in de periode april en oktober 1934.
Juist omdat er volgens mij een verband bestand met Nederland waar het de diefstal betreft (zie dit artikel), kan D.U.A. gebruik hebben gemaakt van de Nederlandse hunebedcode, toe te passen als vierde (4e) brief, zoveelste woord. Met als oplossing een Nederlandstalig anagram. Geen mens die achter de Nederland/hunebedcode zou kunnen komen!
Hieronder zie je een afbeelding van het begin van deze vierde brief, waar het om draait. Het gaat om het omkaderde 7e woord ( afgeleid van D-7) en het 8e woord (afgeleid van D-8). De titel “Monsieugneur” wordt daarin niet meegerekend:

Ik zal nu ingaan op de betekenis van de gemarkeerde woorden. Van beide woorden is een verklarend Nederlandstalig anagram te maken:
precedentes = (in anagram) respect eden
Het woord “eden” is een verwijzing naar Adam, de persoon die linksboven voorkomt op het altaarstuk “De Aanbidding van het Lam Gods” van Jan van Eyck. En het klopt ook dat Adam de enige was in (de Hof van) Eden die daarvoor respect had. Eva had dat niet, zij had zich volgens de Bijbel immers laten verleiden tot het eten van de verboden vrucht.
Maar we weten ook dat Adam puzzel-technisch gezien eventueel als afkorting kan verwijzen naar A’dam, oftewel Amsterdam. Dit moet volgens mij inderdaad de bedoeling zijn. Ik bekijk nu het tweede woord, met een iets ingewikkelder oplossing:
instructions = (in anagram) in st (ruc) tion s
hier wordt bedoeld “in station s” waarbij “ruc = a”.
Plattegrond
Hoe “ruc = a” moet worden uitgelegd, komt in de volgende alinea aan de orde. Eerst de verwijzing naar een “station”. In het Nederlands en Engels wordt daarmee een treinstation bedoeld. In het Frans kan “station” echter “kruiswegstatie” betekenen en dat verschaft meteen een link naar Rennes-le-Château. Want in de kerk van dit Zuid-Franse dorp zijn het uitgerekend de kruiswegstaties 7 en 8 die voor onderzoekers een mysterie vormen.
Daarmee kom ik meteen uit bij de uitleg van “ruc = a”. Schrijf je dat als “ruc is a”, dan volgt daaruit (in anagram) Icarus. Dit is een Griekse mythologische figuur die met vleugels van veren en was probeerde te vliegen als een vogel, maar door zijn (letterlijke!) hoogmoed te dicht bij de zon kwam. Daardoor smolt de was in zijn vleugels en stortte hij vervolgens neer. De aanwijzing is hier om iets van bovenaf te bekijken. En precies dat sluit aan bij het mysterie van de eerder genoemde kruiswegstaties 7 en 8: onderzoekers zien daar een plattegrond in van de omgeving rond Rennes-le-Château!
Centraal Station
Terug naar de optie “treinstation”. Van Giffen moest inmiddels hebben geweten, dat hij ook een nummer 53 zou toekennen aan een hunebed. Dat werd D53 bij Darp (Havelte). Zoals uit mijn artikel daarover blijkt, moet dit hunebed worden gezien als een centraal punt. Van daaruit werd overkoepelende kalenderinformatie verstrekt aan priesters van kleinere gerelateerde hunebedden binnen de huidige provincie Drenthe.
Het lijkt toeval, maar ik denk dat Van Giffen bewust, volgens instructies van zijn opdrachtgevers, het hunebed D53 qua codering heeft gekoppeld aan het “Centraal” Station in Amsterdam.
Dat deed hij via de lengtecoördinaat van Amsterdam CS: D-53 = 4 (plaats D in alfabet) 53, oftewel 4°53′. Naast hunebed D53 ligt het kleinere exemplaar D54. En wat blijkt nu? De overkapping van Amsterdam-CS is zo breed, dat zich ongeveer in het midden de grens tussen twee lengtegraden bevindt: namelijk 4°53′ en 4°54′. Ook hier geldt, dat je dit kunt zien op een kaart (in dit geval Google Earth), dus opnieuw van bovenaf:

Met het weergeven van de onderverdeling van de twee lengtegraden als kruis heb ik een speciale bedoeling, die onlosmakelijk is verbonden aan het begrip “Icarus”: neerstorten en was. Op 30 juli 1919 stortte namelijk aan de overkant van het IJ, op dezelfde lengtegraad 4°54′, een marinevliegtuig neer op wasserij De Lelie aan de Asterweg 17-19 in Amsterdam-Noord. Het toestel kwam uit Texel en werd gevlogen door mijn (achter)naamgenoot luitenant-vliegenier G.W. Bakker. Hij overleefde de crash, weliswaar zwaargewond, maar zijn sergeant-mecanicien Atse Sijtse Kröger kwam bij het ongeluk om het leven.
KLM
Het vliegtuig was bestemd om deel te nemen aan de ELTA (Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam, van 1 augustus tot 14 september 1919) om het grote publiek kennis te laten maken met de luchtvaart. Vanwege het succes van de tentoonstelling werd op 7 oktober 1919 de KLM opgericht.
Het tragische ongeval stond de tentoonstelling niet in de weg. Een dag later, op 1 augustus 1919, opende Koningin Wilhelmina zoals gepland het evenement.
Ik ben nu aan het eind van dit artikel aangekomen. In de inleiding stelde ik dat de aanwijzingen naar Amsterdam worden aangereikt door het Lam Gods zelf. Ik heb echter nog niet uitgelegd hoe ik daarbij kom. Bij dezen!
Het begrip kan, met alle respect, worden gezien als een anagram:
LAM GODS = OL DAM SG
Waarbij:
OL = (afkorting van) OosterLengte;
DAM (= de Dam in Amsterdam = zelfde OL als Amsterdam-CS);
SG = (afkorting van) Stedelijk Gebied. Op stadsplattegronden van de gemeente valt de Dam precies in het kerngebied dat wordt afgekort als SG.
SG en Heilig
Het “Heilige Lam Gods” is hier bovendien een aanwijzing naar de “Heilige Geometrie” (Sacred Geometry, SG). Waarbij ik dien op te merken dat de beginletters van het Nederlandstalige begrip, H(eilige) en G(eometrie), staan voor Heeze en Geldrop, en voor de 8e en 7e letter van het alfabet. Wat deze geometrie betreft, circuleren er theorieën dat hunebedden en steenkringen zijn gebouwd op krachtplekken (aardstraling).
Onderling zijn deze plaatsen met elkaar verbonden via Leylijnen (rechte lijnen in het landschap). Een lengte- of breedtegraad kan daar, gezien over honderden of zelfs duizenden kilometers, heel goed voor toegepast zijn. Dat wil zeggen, als die bepaalde graad (deels) over een krachtlijn loopt.
L’honneur
De schrijver van de losgeldbrieven voor het gestolen paneel van de Rechtvaardige Rechters moet ook hebben geweten dat de lengtegraad van de Dam (en Amsterdam-CS) overeenkwam met de nummering van de hunebedden D53 en D54.
Waarom anders zou hij dit hebben gecodeerd in zijn vierde losgeldbrief? Hieronder weer een fragment uit deze brief. Nog steeds is geen rekening gehouden met de aanhef “Monsieugneur”. Losse letters tellen mee als woord en “St+Laurentt” dient als één woord te worden gelezen:

Uit het 53e en 54e woord in deze 4e brief volgt een bevestiging van wat ik hiervoor beweerde. De woorden l’honneur (= vertaald: de eer) kunnen als anagram worden gezien: “hunner ol“. Dat wil dus zeggen, de OL (OosterLengte) vertaald naar de codering van de twee hunebedden D53 en D54 als 4°53′ en 4°54′…
Pest
Deze uitkomst suggereert dat er ook gekeken moet worden naar de coördinaten van de genoemde hunebedden zelf: voor beide geldt als hoofdcoördinaat: 52°47′ NB | 6°13′ OL. Volgens de geheime Arcadia-telling (zie mijn artikel daarover) dient dit te worden gelezen als “13-47“. De ultieme uitkomst hiervan ten opzichte van alle codebronnen gaat te ver voor dit artikel. Wel wil ik kwijt dat het als jaartal 1347 zou kunnen duiden op het jaar dat in Europa de Zwarte Dood (= pest) zijn intrede deed. Dit kan opnieuw linken naar Rennes-le-Château, via de grafsteen van Marie de Nègre.
Vincent van Gogh
Eerder in dit artikel noem ik Vincent van Gogh al even, vanwege het Landgoed Schipborg en de hunebedden D7/D8. De lengtegraad 4°53′ voor o.a. Amsterdam-CS en de Dam speelt als code ook een rol in Vincents pentekening “Landschap met kerk”. Als nr. 453 is dat het huisnummer van de boek- annex kunsthandel van zijn oom Cor en op andere manieren is dit getal ook te koppelen aan een code. Lees mijn artikel hierover er maar eens op na.
Focus
Wat het gestolen paneel betreft, zal het voor de lezer steeds duidelijker worden: de focus is nu echt naar Nederland aan het verschuiven…







